Hoofdstuk 1, Paragraaf 1
In uitvoering

De vijf grootste vijanden voor het stellen van vragen in de klas.

Vijf Vragen-Killers

Er zijn ongetwijfeld veel krachten die het vraaggedrag van leerlingen beïnvloeden, maar hier volgen de vijf grootste vijanden voor het stellen van vragen in de klas:

1 – Angst

Waarschijnlijk de krachtigste factor die het stellen van vragen
ontmoedigt. Hoewel veel jonge kinderen beginnen als onbevreesde vragenstellers, krijgen ze geleidelijk de boodschap – van leraren, ouders, andere kinderen – dat het stellen van een vraag risico’s met zich meebrengt, inclusief het risico dat ze onthullen wat ze niet weten en misschien zouden moeten weten. Leerlingen zijn bang dat ze de ‘verkeerde’ vraag zullen stellen – een vraag die als off-topic of voor de hand liggend kan worden beschouwd – of dat ze door een vraag te stellen mogelijk als ‘uncool’ worden beschouwd. Naarmate kinderen tieners worden, begint het ook stoer te worden te doen alsof het je niets kan schelen. Een vraag stellen is dus 1. een bekentenis dat je het niet weet en (2) dat je erom geeft. Dubbel oncool.

2 – Apathie

Terwijl sommige kinderen bang zijn om vragen te stellen, zien anderen het nut er misschien niet van in. De vraag die ze zichzelf stellen over het stellen van vragen is: “Waarom zou je je druk maken?” En je kunt ze niet kwalijk nemen dat ze deze houding hebben als ze zijn geconditioneerd om te denken dat het stellen van vragen niet wordt gewaardeerd door de school of leraren – er is geen beloning voor.
De beloning die jongere kinderen krijgen voor het stellen van vragen, is dat het kan leiden tot het kennen van een antwoord, het stilt hun honger om te weten. Maar als de nieuwsgierigheid er om te beginnen niet is, dan zijn er ook geen vragen. Ook hier komt de factor “coolheid” weer om de hoek kijken. Kinderen kunnen een “apathische houding” aannemen als een manier om te zeggen: ik weet dit al of ik heb betere dingen om me mee bezig te houden.
Opgemerkt moet worden dat apathie bij leerlingen kan worden bevorderd door een onderwijssysteem dat leerlingen vaak in een passieve rol plaatst – als vergaarbakken van informatie die van de leraar komt. Het kan zijn dat deze passieve rol er voor zorgt dat ze het stellen van vragen niet eens als optie zien omdat ze niet ervaren dat dit van ze wordt verwacht. Om passiviteit – en de bijbehorende apathie bij leerlingen – te bestrijden, is het belangrijk creatieve manieren vinden om leerlingen meer bij het leren te betrekken, om ze uit hun eigen hoofd en soms uit hun stoel te krijgen.

3 – Onwetendheid

Het gaat hier over onwetendheid als het gaat om vragen stellen – dus hoe te vragen, wat te vragen, zelfs waarom het een goed idee zou kunnen zijn om te vragen. Hoewel het waar is dat het stellen van vragen voor ons als kinderen vanzelfsprekend is, valt er veel te leren over de kunst van het vormen van een goede vraag, of het uitzoeken welke soorten vragen het meest geschikt zijn voor een bepaalde behoefte.
Over het algemeen wordt vragen stellen simpelweg gezien als “een natuurlijk onderdeel van spraak” en iets dat mensen instinctief doen*. Daarom vinden sommigen dat we niet zozeer vragen stellen moeten leren; het is alleen dat we moeten stoppen met het ontmoedigen van vragen stellen. Maar daarnaast leeft de overtuiging dat vragen stellen een subtielere en complexere vaardigheid is dan velen zich realiseren, waarbij drie soorten geavanceerd denken betrokken zijn: divergent, convergent en metacognitief. Kinderen denken deels van nature op deze manier, maar het merendeel zal moeten worden geleerd en geoefend. En aangezien het stellen van vragen al vroeg op de basisschool lijkt af te nemen, zijn de aangeboren vraagvaardigheden waarmee we beginnen al lang verwaarloosd in de hogere groepen van de lagere school en verder op de middelbare school.

* Neyfakh, L. (2012, May 20). Are we asking the right questions? EngineeringLens. Retrieved January 13, 2020. http://www.integratingengineering.org/Sample_Questioning%20for%20a%20Range%20of%20Thinking_12212013.pdf

4 – Tijd

De vierde vijand van het stellen van vragen in de klas is tijd (of het vermeende gebrek daaraan). We lijken gewoon niet veel tijd te besteden aan het stellen van vragen. Het curriculum en de lesmethodes die daar bij horen vragen om een strakke planning. Kinderen in staat stellen om de vragen die ze stellen te herkennen, evalueren en begrijpen, betekent veel tijd investeren. De hoeveelheid methodelessen die een leraar in een schooljaar moet doorlopen, is ontmoedigend. Als je veel tijd besteedt aan het stellen van vragen, ‘behandel’ je misschien niet alle lessen uit de methodes die je voor die dag of week had gepland.
Naarmate ons leven sneller gaat en gecompliceerder wordt, wordt er weinig tijd besteed aan onderzoek, contemplatie of kritisch denken. We staan onder druk om snelle beslissingen te nemen en snelle oordelen te vellen, en te doen, te doen, te doen – zonder noodzakelijkerwijs te vragen waarom we doen wat we doen of dat we ons afvragen of we het überhaupt zouden moeten doen. De paradox is dat in de haast om meer te doen met onze beperkte tijd, we die tijd misschien minder efficiënt gaan gebruiken – omdat overhaaste beslissingen en acties ons op het verkeerde pad kunnen brengen. Evenzo, als we geen tijd vrijmaken voor vragen van leerlingen in onze lessen, omdat “er te veel ander materiaal is om te behandelen”, maken we het in feite het moeilijker voor leerlingen om al die lessen te begrijpen en onder de knie te krijgen. Het idee leeft dat vragen een kortere weg kan zijn naar dieper leren, in plaats van een omweg. Het is geen of/of-situatie. Je kunt hetzelfde leerplan behandelen, waarbij je manieren vindt om ‘de les te herkaderen’ rond het stellen van vragen – vaak door te beginnen met grote, open vragen die studenten uitlokken en inspireren om hun eigen vragen te stellen.

5 – Cultuur

Cultuur is een term die veel dekt. Het omvat de cultuur waarin een kind thuis opgroeit, of we kunnen het hebben over de cultuur in het algemeen over een samenleving die antwoorden en actie lijkt te waarderen boven doordachte vragen. Op die gebieden hebben we maar beperkte invloed in de klas. Dus laten we ons hier concentreren op de school- en klascultuur, en hoe dat van invloed kan zijn op alle vier de eerder genoemde factoren die tot nu toe zijn genoemd.
Veel leraren werken binnen een onderwijssysteem en -cultuur die het stellen van vragen door leerlingen niet volledig op prijs stelt, omdat het systeem toets-gestuurd en op antwoorden gebaseerd is. Met behulp van de toets resultaten houden we een ‘leerling-volg-systeem’ bij dat uiteindelijk de basis vormt voor het verdere schoolverloop. Dit legt een grote druk op leraren de kinderen zo goed mogelijk te laten scoren op de toetsen – en dat zorgt weer dat er geen ‘tijd’ lijkt te zijn voor de vragen van de leerlingen.