Hoofdstuk 1, Paragraaf 1
In uitvoering

Lateraal Denken.

Dingen op een nieuwe en ongebruikelijke manier bekijken.

Lateraal denken wordt door Oxford’s Lexico omschreven als het oplossen van problemen met “een indirecte en creatieve benadering, doorgaans door het probleem in een nieuw en ongebruikelijk licht te bekijken.” De bekendste schrijver over lateraal denken is Edward de Bono (van de denkhoeden). Hij benoemt acht vaardigheden die het creatieve (divergente) denken bevorderen. Vier cognitieve vaardigheden (denken) en vier affectieve vaardigheden (voelen).

Cognitieve vaardigheden:

Vloeiendheid (Fluency) – Gerelateerd aan het genereren van zo veel mogelijk ideeën: hoe meer ideeën er worden gegenereerd, hoe groter de kans op originaliteit.
Flexibiliteit – Een probleem vanuit verschillende perspectieven bekijken; op zoek naar variatie.
Originaliteit – Nieuwe of unieke oplossingen bedenken of twee bekende ideeën samenvoegen om op een nieuw origineel idee te komen.
Uitwerking – Details toevoegen om een idee nog rijker, nieuwer, innovatiever te maken.

Affectieve vaardigheden:

Nieuwsgierigheid – Nieuwsgierigheid en verwondering gebruiken om oplossingen te zoeken.
Complexiteit – Op zoek naar andere en soms moeilijke alternatieven voor wat er al bekend is.
Risico nemen – Accepteren dat er meer dan één juist antwoord kan zijn en dat vergissen niet noodzakelijkerwijs een teken van falen is.
Verbeelding – Je inbeelden hoe anderen zich voelen. Maar ook in je verbeelding zonder grenzen te dromen over alle mogelijkheden.

De Planner hiernaast, met ‘taakstarters’ en voorbeelden kan een handig middel zijn om je te inspireren meer creatief denken in je lesplannen op te nemen.