Hoofdstuk 1, Paragraaf 1
In uitvoering

Welke doelen stel je voor jezelf?

Welke doelen stel je voor jezelf? Wat wil je met deze e-Course bereiken in jouw praktijk?

Doelen waaraan je kunt denken zijn:

Theoretische Doelen

  1. Inzicht krijgen in de psychologie van creatief denken en hoe dit verschilt van lineair denken.
  2. De historische context en evolutie van creatief denken in het onderwijs begrijpen.
  3. De rol van creatief denken in het 21e-eeuwse leerlandschap verkennen.
  4. Verschillende pedagogische benaderingen en modellen voor het stimuleren van creatief denken analyseren.
  5. De relatie tussen creatief denken en andere essentiële vaardigheden zoals kritisch denken en probleemoplossing begrijpen.
  6. De invloed van culturele en sociale factoren op creatief denken onderzoeken.
  7. De ethische overwegingen van het stimuleren van creatief denken in de klas begrijpen.
  8. De uitdagingen en belemmeringen voor het implementeren van creatief denken in het curriculum identificeren.

Praktijkgerichte Doelen

  1. Een lesplan ontwikkelen dat creatief denken integreert in een bestaand vak.
  2. Verschillende technieken toepassen om creatief denken bij leerlingen te stimuleren.
  3. Een reeks creatieve denkoefeningen en activiteiten ontwerpen en implementeren.
  4. Feedbackmechanismen ontwikkelen om de effectiviteit van creatieve denkstrategieën te meten.
  5. Samenwerken met collega’s om best practices voor creatief denken te delen en te implementeren.
  6. Een portfolio samenstellen met voorbeelden van creatief denken in de klas.
  7. Reflecteren op de eigen onderwijspraktijk om gebieden voor verbetering in het stimuleren van creatief denken te identificeren.
  8. Ouders en verzorgers betrekken bij het proces van het bevorderen van creatief denken bij leerlingen.

Welke Criteria voor Succes benoem je bij je doelen?

Bijvoorbeeld:

Doel: Een lesplan ontwikkelen dat creatief denken integreert in een bestaand vak.

Criteria voor succes

  1. Relevantie en Integratie: Het lesplan moet duidelijk aantonen hoe creatief denken relevant is voor het bestaande vak. Dit kan bijvoorbeeld door leerdoelen te koppelen aan zowel vakspecifieke als creatieve competenties. De integratie van creatief denken moet naadloos verlopen en niet als een ‘extraatje’ aanvoelen.
  2. Haalbaarheid: Het lesplan moet praktisch uitvoerbaar zijn binnen de beschikbare tijd, middelen en context van de klas. Dit betekent dat de benodigde materialen beschikbaar moeten zijn en dat de activiteiten en oefeningen realistisch zijn gezien de leeftijd en het niveau van de leerlingen.
  3. Innovatie en Variatie: Het lesplan moet verschillende methoden en technieken bevatten om creatief denken te stimuleren. Dit kan variëren van brainstormsessies en mindmaps tot projectgebaseerd leren en het gebruik van technologie. De aanpak moet fris en boeiend zijn voor zowel de leraar als de leerlingen.
  4. Meetbaarheid en Evaluatie: Er moeten duidelijke methoden zijn om de effectiviteit van het lesplan te meten. Dit kan door middel van toetsen, enquêtes, of zelfs door het werk van leerlingen te analyseren. Het is belangrijk dat er zowel kwantitatieve als kwalitatieve data worden verzameld om de impact van het geïntegreerde creatieve denken te kunnen beoordelen.

Deze criteria kunnen je helpen om een robuust en effectief lesplan te ontwikkelen dat creatief denken op een zinvolle manier integreert in een bestaand vak.

Doel: Verschillende technieken toepassen om creatief denken bij leerlingen te stimuleren.

Criteria voor Succes:

  1. Diversiteit van Technieken: Het is belangrijk dat de gebruikte technieken variëren in aanpak en complexiteit om verschillende aspecten van creatief denken aan te spreken. Dit kan bijvoorbeeld brainstormtechnieken, probleemoplossende spellen en het gebruik van creatieve software omvatten.
  2. Bewijs van Implementatie: Foto’s, video’s of getuigenissen van leerlingen moeten duidelijk aantonen dat de technieken daadwerkelijk zijn toegepast in de klas. Deze bewijsstukken moeten van goede kwaliteit zijn en de betrokkenheid van de leerlingen in het creatieve proces laten zien.
  3. Leerling-Respons: De verzamelde getuigenissen of feedback van leerlingen moeten positief zijn en aantonen dat de technieken effectief waren in het stimuleren van creatief denken. Dit kan worden gemeten door middel van directe vragen, enquêtes of zelfs een analyse van het werk dat de leerlingen hebben geproduceerd als gevolg van de technieken.
  4. Reflectie en Aanpassing: Er moet bewijs zijn dat je de effectiviteit van de toegepaste technieken hebt geëvalueerd en indien nodig aanpassingen hebt gemaakt. Dit kan een reflecterend journaal zijn, notities over wat wel en niet werkte, of plannen voor toekomstige lessen om de technieken verder te verfijnen.